Archeologische Vondsten

Archeologie

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is gehouden aan de Wet op de Archeologische Monumentenzorg. Deze wet schrijft voor dat er bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de in de grond aanwezige en te verwachten archeologische vondsten.

Om de archeologische waarden te kunnen bepalen moeten er volgens de wet vier stappen worden doorlopen (de AMZ-cyclus): 


Historische impressie van hoogwatergeul Ooijen rond 4000 v. Chr. 

1. Bureauonderzoek. 
Op basis van bestaande bronnen wordt de landschapsvorming en archeologische verwachting in kaart gebracht. Het onderzoek geeft antwoord op de vraag of het gebied in het verleden aantrekkelijk was voor bewoning en of er eerder al archeologische vondsten zijn gedaan.

De uitkomsten van de verschillende bureauonderzoeken zijn opgenomen in het verkennend onderzoek.

2. Verkennend onderzoek
Door middel van grondboringen worden de verwachtingen uit het bureauonderzoek nader onderzocht. Het landschap wordt in kaart gebracht en opgedeeld in gebieden met hogere en lagere verwachtingswaarden. De kansarme zones worden begrensd.

De uitkomsten van het verkennend onderzoek zijn hier te vinden. De bijlagen hier.

dwarsdoorsnede hoogwatergeul Ooijen
Dwarsdoorsnede van de hoogwatergeul Ooijen, waarin de grondafzettingen door de eeuwen heen herkenbaar zijn.

boorputten
Een geomorfogenetische kaart die de opbouw en samenstelling van het landschap laat zien. 

Stap 3: Karterend onderzoek
Als er tijdens het verkennend onderzoek restanten van bewoning of andere interessante archeologische vondsten zijn gedaan, kan dat aanleiding geven om bepaalde gebieden intensiever te onderzoeken. Na het Karterend onderzoek is duidelijk of een terrein grotere of mindere archeologische waarden herbergt en of nader onderzoek nodig is.

De resultaten van het karterend onderzoek zijn hier te vinden.


Archeologisch veldonderzoek

Stap 4: Waarderend onderzoek
Om de werkelijke waarde van de archeologie te kunnen vaststellen worden na het Karterend onderzoek vaak proefsleuven gegraven. Op basis van de uitkomsten van het Waarderend onderzoek kan het Bevoegd Gezag besluiten dat vindplaatsen worden vrijgegeven, zodat er zonder bijzondere beperkingen kan worden gewerkt, of moeten worden behouden (in de grond – in situ –, of bij verstoring door opgraving – ex situ). Er kan ook besloten worden dat werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd onder archeologische begeleiding.

Het rapport over het archeologisch vooronderzoek is hier te vinden.

Mooder Maas voert momenteel op een aantal plekken nog waarderend onderzoek uit. Ook vinden er inmiddels archeologische opgravingen plaats. De archeologische opgravingen duren tot eind 2017 (zie ook planning)


Waarderend sleuvenonderzoek

Pilot
Bij 'traditioneel' archeologisch onderzoek worden de gebieden met archeologische verwachtingen doorgaans intensief onderzocht. De kosten van deze uitputtende aanpak zijn zeer hoog, en de uitkomsten onzeker. Om de kosten te beheersen en de resultaten specifieker te maken, zet de Provincie Limburg daarom in op een aanpak die uitgaat van sedimentologie en landschapsvorming. Door een betere analyse van de geschiedenis van het land, de bodemafzetting en de loop van het water, kun je goed verklaren waarom je op de ene plek wel resten van menselijke bewoning kunt verwachten en op een andere plek niet.

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is het eerste project waarbij de Provincie Limburg het archeologische onderzoek op deze manier gaat uitvoeren. Deze specifieke benadering leidt niet alleen tot minder vervolgonderzoek en aanzienlijk lagere kosten, maar vanwege de gerichte aanpak ook tot een beter resultaat. Meer informatie over de provinciale pilot vindt u in het Uitvoeringsprogramma cultuur 2014 op pagina 16 (2.1 erfgoed in ontwikkeling) en hier

De pilot van de Provincie Limburg wordt begeleid door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Belangengroep
Projectbureau Ooijen-Wanssum heeft in de planuitwerkingsfase op reguliere basis overleg gehad met de belangengroep Archeologie en Heemkunde over de plannen van de gebiedsontwikkeling in relatie tot archeologie en heemkunde. De samenstelling van deze belangengroep en de verslagen van de bijeenkomsten zijn hier te vinden. 
Mooder Maas onderhoudt ook contact met deze belangengroep.

Voor meer informatie over het archeologisch onderzoek van Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum kunt u contact opnemen met John Lucassen. 

“In ons land, met zijn dynamiek van water en de elementen, is het bodemarchief een fascinerende spiegel van de strijd, aanpassing en wisselwerking tussen mens en natuur die als een rode draad door de bewoningsgeschiedenis loopt.” (Mr. S.E. Korthuis in Handreiking voor de gemeentelijke archeologische monumentenzorg (AMZ))