Waterrijk landschap

Het water is kenmerkend voor het natuurgebied. Bij alle waterstanden en op allerlei manieren is het water te beleven. In het gebied zijn op tal van plekken geulen en laagtes aangelegd. Deze zorgen bij hoog water voor een betere doorstroming van de Maas. Bij lage waterstanden vullen de laagtes zich met grondwater (kwel). Het grondwater stroomt via de geulen naar de Maas en dit draagt bij aan een gevarieerd landschap met een grote ecologische rijkdom. 

Daar waar de wandel- en struinpaden, fietspaden en andere wegen de geulen doorkruisen worden bruggetjes of avontuurlijke oversteken via loopvlonders of stapstenen aangelegd. In het gebied liggen in totaal 16 bruggetjes en 23 avontuurlijke oversteken. De verlaagde wegen in het gebied zijn gewoon begaanbaar, ook als er bij hogere waterstanden water op de weg staat. De laagste delen zijn namelijk aangelegd in de vorm van zogenaamde ‘voordes’. Paaltjes in de berm geven aan waar de weg loopt en hoe diep het water is.