18 december 2018

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum en de das

In het plangebied van Ooijen-Wanssum leven heel wat dassen. Hoe gaat de gebiedsontwikkeling daarmee om?

De das
De das is een roofdier die behoort tot de familie der marterachtigen. Dassen leven in familieverband. ’s Nachts schuifelt de das met zijn neus aan de grond in zijn territorium rond, op zoek naar langzaam bewegende prooien zoals regenwormen. Hij eet ook plantaardig voedsel zoals fruit en noten. Overdag verblijven ze in een stelsel van ondergrondse tunnels die burchten worden genoemd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdburchten, bijburchten (die minder regelmatig bewoond zijn) en vluchtpijpen (plekken waar ze tijdelijk kunnen schuilen als ze worden verstoord). 

Populatie en bescherming
Nederland kent een gezonde populatie dassen. In het verleden was dit anders en werden er bijvoorbeeld heel veel dassen doodgereden. Door het nemen van beschermingsmaatregelen is de populatie sterk gegroeid en is de soort niet meer bedreigd. De soort staat daarom niet meer op de Nederlandse Rode Lijst voor zoogdieren. De das is wel nog beschermd via de Wet Natuurbescherming. Het is daarmee verboden burchten te beschadigen of te vernielen. Ook de leefomgeving van de das mag niet dusdanig worden aangetast dat de functie van de burchten in gevaar komt.

Het is onder voorwaarden mogelijk ontheffing van deze verbodsbepalingen te krijgen. Dat moet in de meeste gevallen bij de Provincie worden aangevraagd en in enkele situaties bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). 

De das in plangebied Ooijen-Wanssum
Plangebied Ooijen-Wanssum is een aantrekkelijk leefgebied voor de das: er leven hier zo’n 12 dassenfamilies die in totaal zo’n 40 bouwwerken (hoofdburchten, bijburchten en vluchtpijpen) gebruiken. De das is daarmee goed vertegenwoordigd in het gebied. Bij het inventariseren van de dassenpopulatie is samengewerkt met en gebruik gemaakt van onder meer de gegevens van de lokale dassenwerkgroep en Stichting Das en Boom. 

Kader Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum
Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum moet zorgen voor een toekomstbestendige oplossing van het hoogwaterprobleem in het Maasdal tussen Broekhuizen en Geijsteren en ook bepaalde ruimtelijke en economische ontwikkelingen mogelijk maken. Het project voorziet onder meer in de aanleg van dijken, hoogwatergeulen, een rondweg en de realisatie van 340 hectare nieuwe natuur.

Alle te nemen maatregelen zijn vastgelegd in het Provinciaal Inpassingsplan (PIP). Onderdeel van het PIP is onderzoek naar de effecten van de gebiedsontwikkeling. Het gaat daarbij om de effecten voor mensen (bijvoorbeeld geluid en fijnstof), maar ook de effecten op de flora en fauna moeten worden onderzocht. De Wet Natuurbescherming die aangeeft welke dier- en plantensoorten beschermd zijn, dient daarbij als leidraad. 

Onderzoek effecten dassenpopulatie
Bij het opstellen van het PIP is onderzoek gedaan naar de das: waar zitten dassen in het gebied en op welke manier raken de maatregelen hun leef- en foerageergebied? In het onderzoek is tevens gekeken naar welke maatregelen kunnen worden getroffen om binnen de regels van de Wet Natuurbescherming te blijven. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de aanleg van dassenrasters en dassentunnels om de kans op verkeersslachtoffers te verkleinen.

Na de aanbesteding in 2016 is de realisatie van de Gebiedsontwikkeling gestart. Aannemerscombinatie Mooder Maas draagt zorg voor het verkrijgen van alle vergunningen en ontheffingen die nodig zijn voor de uitvoering van het werk. Mooder Maas heeft voor aanvang van haar werkzaamheden opnieuw een dasseninventarisatie uitgevoerd en heeft op een aantal plekken in het definitieve ontwerp nog rekening kunnen houden met het leef- en foerageergebied. In een project met een dergelijke grote omvang als Ooijen-Wanssum is het echter onmogelijk dat het leefgebied van de das niet wordt geraakt. Bijvoorbeeld omdat de das op een nieuwe plek een nieuwe bijburcht of vluchtpijp heeft gebouwd waar een waterkering of een geul moet worden gegraven. Om het werk dan wel te kunnen uitvoeren, moet een ontheffing worden aangevraagd.

Om voor een ontheffing in aanmerking te komen gelden strenge eisen die er op gericht zijn dat de schade aan deze beschermde dieren zoveel mogelijk beperkt wordt en negatieve effecten op de populatie voorkomen worden. Mooder Maas heeft voor het verwijderen van drie bijburchten en vijf vluchtpijpen ontheffing aangevraagd en gekregen. In sommige gevallen betreft het dassenholen die al langere tijd niet in gebruik zijn.

Maatregelen
Alvorens  de bijburchten en vluchtpijpen kunnen worden verwijderd, voert Mooder Maas tal van maatregelen uit om er voor te zorgen dat de dassen niet worden verwond of gedood. Er wordt ook m.b.t. verstoring rekening gehouden met de meest kwetsbare periode tijdens de voortplanting. Er worden maatregelen genomen om de das te ontmoedigen nog gebruik te maken van de bijburcht of vluchtpijp en hij wordt aangespoord elders zijn heenkomen te zoeken. Op één locatie wordt daarvoor ook een nieuwe kunstburcht aangebracht. Bovendien wordt er voor gezorgd dat er voldoende foerageergebied van de das bewaard blijft zodat er genoeg voedsel beschikbaar is. Waar nodig wordt een alternatief foerageergebied ingericht of anderszins voedsel aangeboden. 

Natuurontwikkeling
Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum realiseert 340 ha nieuwe natuur. Door deze ontwikkeling ontstaat een 540 ha groot aaneengesloten waterrijk natuurgebied dat als één eenheid beheerd gaat worden middels jaarrondbegrazing. De locaties van de hoogwatergeul Wanssum en Ooijen worden door de gebiedsontwikkeling grosso modo omgevormd van een onbegraasd, monotoon akkerland naar begraasd grasland met wat waterpartijen en her en der struweel en bos. Om er voor te zorgen dat het een open, grazig landschap blijft worden een paar honderd grote grazers ingezet. Door deze metamorfose zal het leefgebied van de das flink verbeteren en zullen ook tientallen nieuwe dieren- en plantensoorten een plek in het gebied vinden. Dat neemt niet weg dat de das tot die tijd behoorlijk zal moeten wennen aan alle werkzaamheden en veranderingen in zijn leefgebied.