Algemeen

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum moet de hoogwaterproblematiek in het gebied oplossen. De hoogwaterbescherming achter de kades moet naar het niveau van 1/250 per jaar* en de waterstand moet 35 cm omlaag. De gebiedsontwikkeling draagt daarnaast bij aan het ontwikkelen van natuur en landschap, het vergroten van de leefbaarheid in Wanssum en het biedt ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen.

(* De kans op overstroming is dan 1/250, ofwel 1 x per 250 jaar)

Op 23 november 2017 zijn de uitvoeringswerkzaamheden officieel van start gegaan. Hier kunt u lezen wat de actuele werkzaamheden zijn.

Mooder Maas heeft aangegeven alle werkzaamheden eind 2020 af te zullen ronden. 

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum bevindt zich op dit moment in de realisatiefase. De aannemer heeft het stokje van het projectbureau overgenomen; hij werkt de plannen verder uit en zal ook de uitvoering verzorgen.

Het projectbureau houdt zich nu nog onder meer bezig met grondverwerving, begeleiding van de aannemer en publiekscommunicatie. 

Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen, dan kunt u zich hier aanmelden voor onze digitale nieuwsbrief. Deze geeft een goed beeld van de laatste ontwikkelingen. Heeft u specifieke vragen, dan kunt u ons altijd mailen of bellen. Wilt u liever langskomen, dan kunt u het beste een afspraak maken. 

Projectbureau Ooijen-Wanssum
Geijsterseweg 11a
5861 BK  Wanssum
0478-853888

In de planuitwerkingsfase heeft Projectbureau Ooijen-Wanssum 9 belangengroepen opgericht waarin de belangen in het gebied zo breed mogelijk zijn vertegenwoordigd. Hier zijn alle verslagen na te lezen en kunt u zien wie er in de belangengroepen zitting hebben.

Mooder Maas heeft voor de realisatiefase ook contact met deze belangengroepen. Daarnaast overlegt de aannemer op regelmatige basis met dorpsraden en andere betrokkenen in het gebied.
Uiteraard is iedere inwoner en bedrijf ook gerechtigd om zelf zijn of haar belangen te behartigen.

Het projectbudget is 230 miljoen euro, dat is inclusief de kosten van de voorbereiding en de grondverwervingskosten. De kosten worden betaald door het Rijk, de Provincie Limburg, Horst aan de Maas en Venray.  

Voor vragen over de uitvoeringswerkzaamheden kunt u terecht bij Mooder Maas: 

Mooder Maas
Geijsterseweg 11a
5861 BK  Wanssum

Elke woensdag inloopspreekuur van 13.00u tot 14.00u. 
Informatiecentrum: elke maandagmiddag en woensdagmiddag van 13.00 tot 17.00 uur geopend.
Tips, vragen en meldingen: 06-53599489
Of via het contactformulier

 

Voor algemene vragen over het project en over grondverwerving kunt u terecht bij Projectbureau Ooijen-Wanssum, 0478-853888 of info@ooijen-wanssum.nl.


Het projectbureau is geopend van maandag tot en met donderdag van 9:00u – 17:00u en op vrijdag van 9:00u – 12:00u.

Wilt u liever langskomen, dan kunt u het beste een afspraak maken. Projectbureau Ooijen-Wanssum is ook gevestigd aan de Geijsterseweg 11a in Wanssum.

We proberen de website steeds up-to-date te houden. Vanwege de vele werkzaamheden en voortdurende praktische aanpassing van plannen en uitvoering, kan het voorkomen dat de meest actuele stand der dingen niet meteen op de site staat. Neem bij twijfel contact op met Mooder Maas of  Projectbureau Ooijen-Wanssum.

Let op! Op onze website staan onder ‘Documenten en kaarten’ ook oude documenten, omdat wij het belangrijk vinden dat ook de geschiedenis en de ontwikkeling van de plannen terug te vinden is. Mocht u twijfelen over de actualiteit van een document, neem dan contact met ons op.

Bij hoogwater worden de sluizen continue open gezet. Zo kan het water sneller worden afgevoerd. De sluizen hebben bij hoogwater dus geen functie meer.

Het is niet meer mogelijk om bezwaar te maken tegen het PIP en MER van de gebiedsontwikkeling. Alle procedures zijn daarvoor inmiddels afgerond. Ook de Raad van State heeft zich over beroepen uitgesproken.

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is onderdeel van een groot scala aan waterstandsverlagende projecten die er voor moeten zorgen dat leven aan de Maas veiliger wordt. De waterstandsverlagende effecten van Gebiedsontwikkeling Ooijen- Wanssum werken door tot in Roermond en zo dragen alle projecten bij aan een veiliger Nederland.

Op onderstaande afbeelding is te zien welke projecten zich allemaal bezighouden met hoogwaterbescherming langs de Maas.
 

Alle informatie over schade kunt u hier nalezen.

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum hecht veel waarde aan draagvlak vanuit de omgeving. De aannemer heeft daarom een belangrijke boodschap meegekregen: voorkom hinder in het gebied.

Onder hinder wordt verstaan: een negatieve beïnvloeding van de bereikbaarheid, leefbaarheid en/of veiligheid voor de omgeving. 

Hoe Mooder Maas de hinder wil minimaliseren is goed te zien in deze presentatie. 

In het Provinciaal Inpassingsplan is voorgesteld om de milieuzonering van het industrieterrein van Wanssum aan te passen.

 

Dat is nodig omdat de bedrijvenlijst waarop de huidige bestemmingsplannen zijn gebaseerd sterk verouderd is. Bovendien is het principe van inwaarts zoneren – waarbij lage(re) milieucategorieën aan de rand van het industrieterrein liggen en hoge(re) milieucategorieën meer in het midden – in het verleden niet goed toegepast.

Gemeente Venray en Projectbureau Ooijen-Wanssum hebben een uitgebreide toelichting geschreven waarin het hoe en waarom van de aanpassingen van de milieuzonering helder zijn beschreven. Deze toelichting is hier te lezen. 

Waardoor worden trillingen veroorzaakt?
De werkzaamheden van Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum kunnen in sommige gevallen trillingen veroorzaken. Zo worden funderingen voor bruggen en damwanden in de grond aangebracht (o.a. heiwerkzaamheden) en rijdt er bouwverkeer door het gebied. 

Hoe wordt er bepaald welke maatregelen er genomen moeten worden?
Om te voorkomen dat er schade ontstaat door trillingen, wordt er voorafgaand aan de werkzaamheden onderzoek gedaan. Bij dit onderzoek worden de locatie, de aard van de werkzaamheden en de werkmethodes onderzocht. Aan de hand daarvan wordt indien noodzakelijk een monitoringsplan met een risicoanalyse gemaakt. Op die manier wordt er gekeken welke maatregelen nodig zijn om risico’s voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Bij die maatregelen horen bijvoorbeeld de inzet van monitoringsapparatuur en het uitvoeren van bouwkundige vooropnames. Een belangrijke kanttekening bij het onderzoek is dat het complex blijft om te voorspellen hoe trillingen zich gedragen in de bodem.

Wat is een bouwkundige vooropname?
Mocht er in de omgeving van een werklocatie kans zijn op trillingen, dan wordt er een bouwkundige vooropname gedaan. Aan de hand van factoren als de aard van de werkzaamheden, de afstand en de werkmethode wordt bepaald welke huizen in aanmerking komen voor een bouwkundige vooropname. Het Bureau voor Bouwkundige en Civieltechnische Inspecties(BBCI) voert de bouwkundige opname uit. Zowel binnen als buiten de betreffende gebouwen worden foto’s gemaakt van de bestaande situatie. Van deze opname stelt BBCI een rapportage op, die tevens met de eigenaar wordt gedeeld. 

Waarom worden er trillingsmetingen uitgevoerd?
Op basis van het monitoringsplan wordt er in sommige gevallen meetapparatuur aangebracht om trillingen te meten. Met de meetsystemen worden trillingen continu gemeten, geanalyseerd en geregistreerd. Zo ziet Mooder Maas direct of trillingen binnen de gestelde landelijke normen vallen en wanneer er ingegrepen moet worden om negatieve gevolgen te voorkomen of te minimaliseren. Trillingsmetingen kunnen ervoor zorgen dat de trillingen geen ongepland overlast, zoals schade aan panden en infrastructuur, veroorzaken.

Wat moet ik doen als er schade ontstaat door trillingen?
In geval van ernstige trillingen dient u zich meteen te melden bij Mooder Maas (via de TMV-lijn: 06-53599489). In het geval van schade kunt u terecht bij het schadeloketVia het schadeloket kunt u een schadeformulier indienen. Heeft u vragen over schade, neem dan contact op via 06-53599489 of schadeloket@ooijen-wanssum.nl.

Hoogwatergeul Wanssum

Hoogwatergeul Wanssum loopt van Blitterswijck tot aan de monding van de industriehaven van Wanssum. Op een oppervlak van zo’n 170 voetbalvelden wordt tussen de 0 en 2 meter afgegraven, lokaal loopt dat op tot 3 meter. In totaal gaat het om 1,2 miljoen kubieke meter zand.

De hoogwatergeulen moeten er voor zorgen dat hoogwater sneller kan worden afgevoerd. Met de hoogwatergeulen ontstaan twee grote ‘binnenbochten’ die met hoogwater mee gaan stromen.

De hoogwatergeulen worden straks vrij toegankelijke natuurgebieden. Bij 'Deelprojecten' vindt u onder Hoogwatergeul Ooijen en Hoogwatergeul Wanssum enkele impressies, die een goed beeld geven hoe het gebied er in de toekomst uit komt te zien.

Voor de realisatie van de hoogwatergeulen en de Oude Maasarm zal in totaal 3,6 miljoen m3 zand moeten worden afgevoerd. Om de overlast van zandtransport zo veel mogelijk te beperken, dient vervoer via het water te geschieden, met uitzondering van specie die verwerkt wordt binnen de gemeente grenzen van Venray en Horst aan de Maas.

Belangrijke uitgangspunten voor het eindbeheer zijn onder andere jaarrondbegrazing, waarbij kuddes het hele jaar in het gebied verblijven om het terrein te begrazen, eenheid van beheer en aaneengesloten natuur. De stuurgroep van de gebiedsontwikkeling streeft er naar om waar mogelijk lokale agrariërs een rol te geven in het eindbeheer.

Lees hier alles over het beheer tijdens en na de uitvoering. 

 

Dijken

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum wordt gerealiseerd volgens de nu geldende richtlijnen. Het is goed mogelijk dat die richtlijnen in de toekomst worden bijgesteld, daarom houden we bij de aanleg van dijken zoveel mogelijk rekening met toekomstige ophogingen.

Met het openstellen van de Oude Maasarm ontstaat een nieuwe waterkundige situatie die om nieuwe beschermingsmaatregelen vraagt. Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum moet bovendien zorgen voor een beschermingsniveau van 1/250*. Dat beschermingsniveau is bij wet bepaald en geldt voor alle primaire dijken in Limburg.

(* De kans op overstroming is dan 1/250, ofwel 1 x per 250 jaar)

De hoogte van de dijken is afhankelijk van vele factoren. Omdat de hele waterkundige situatie in het gebied verandert, is de nieuwe dijkhoogte per geval verschillend. Maatgevend is de bescherming van 1/250.

De ontwerphoogten van de nieuwe dijken zijn vastgelegd in het Dijkenplan bij het Provinciaal Inpassingsplan. De dijken worden aangelegd met een overhoogte: er moet rekening gehouden worden met het feit dat een dijk en de ondergrond nog 'zakt' en dus na een tijdje lager komt te liggen. Daarom wordt een dijk hoger opgeleverd. Bij GOW is de overhoogte bij oplevering maximaal 10 cm; dat is contractueel met de aannemer afgesproken.

 

 

Het meest actuele dijkenplan uit het ontwerp-PIP vindt u hier.

Mooder Maas heeft een innovatieve dijkenstrategie ontwikkeld. Lees hier alles over deze aanpak. 

Primaire dijken zijn de belangrijkste dijken in ons land. Ze beschermen ons tegen het zogenaamde 'buitenwater' van onder andere de zee en de grote rivieren. Een primaire dijk is een dijk die is vastgelegd in de Waterwet. Primaire dijken zijn in beheer van het Waterschap.

De primaire dijken vallen onder het beheer van Waterschap Limburg. Voor de overige dijken moet nog worden bepaald wie het onderhoud gaat doen.

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum streeft er naar om het gebied maximaal beleefbaar te maken. Uit het Nederlandse rivierengebied is bekend dat dijken geliefde toeristische verbindingen vormen met een grote economische betekenis. Daarom worden er zoveel mogelijk fiets- en wandelmogelijkheden op de dijken gerealiseerd. 

Het unieke karakter van het landschap van plangebied Ooijen-Wanssum wordt mede bepaald door de steilranden. Mooder Maas heeft bij haar ontwerp en in de uitvoering rekening gehouden met deze bijzondere elementen. In deze memo leggen we het belang van de steilranden uit en maken we duidelijk op welke wijze Mooder Maas met de steilranden in het gebied omgaat. 

Hoe zijn de terrassen en steilranden in het Noord-Limburgse landschap ontstaan?
Noord-Limburg ligt in een stijgingsgebied. Nog steeds komt het land hier met bijna 2 cm per eeuw omhoog. Noodgedwongen moet de Maas zich daarom tussen Neer en Gennep insnijden in de haar omringende rivierafzettingen en dekzandgronden. Waar veel rivieren hun erosieve kracht in de breedte gebruiken, snijdt de Maas in Noord-Limburg vooral in de diepte. Mede door de combinatie van deze twee processen – het stijgen van het landschap en het insnijden van de Maas – heeft de rivier terrassen gevormd. Terrassen zijn oude stroomgebieden van de Maas die door het stijgen van het landschap en het dalen van de rivier langzaam buiten het bereik van de rivier zijn geraakt.

Insnijding vond door de tijd periodiek plaats. Tijdens de verschillende ijstijden en koude tijden die West-Europa kende, kwam het insnijdingsproces tot stilstand. In de boomloze landschapen van de ijstijden ontbrak het aan vegetatie om het sediment vast te houden. De afwisseling van opvulling en insnijding op een steeds verder ingesneden, lager niveau heeft uiteindelijk de bekende Maasterrassen gevormd. De randen van de terrassen zijn ook voor het minder geoefende oog overal in het landschap zichtbaar. 

Wat is er zo bijzonder aan? 
De terrassen en terrasranden én de patronen die de Maas heeft achtergelaten in de huidige terrassen – zoals de loop van de Oude Maasarm – zijn op Europese schaal uniek. Dit geldt ook voor de bijzondere kwaliteiten van het grond- en kwelwater en de natuur.

Vanaf de hooggelegen terrassen stroomt uit de wijde omtrek water naar de Maas. Dit gebeurt bovengronds via oude Maasgeulen en meer dan honderd beeklopen. Buiten beeld, maar minstens zo belangrijk, zijn de ondergrondse waterstromen richting de Maas. Op terrasovergangen en in oude Maasarmen treden deze grondwaterstromen uit en vormen zij de bronnen van beken, moerasjes of andere landschapselementen met unieke flora. Het bijzondere aan de Zandmaas is dat deze lage door (grond-)water gedomineerde gebieden direct grenzen aan hoge gronden.

Zandige hoge terrassen, rivierduinen en oeverwallen liggen hoog en droog boven de door water, klei en veen gedomineerde laagtes. Het zijn deze oorspronkelijke hoogten die van nature bescherming boden aan have en goed. Sinds mensenheugenis vormen dit de plekken waar gebouwd werd. Daardoor ontstond al in het verre verleden een organisch, door de hoogte bepaald, zeer gevarieerd nederzettingenpatroon. Door op deze wijze te bouwen bleef de rivier onbedijkt. In het gebied vinden we, te midden van overstroombare geulen, grasland en moerasgebieden, hooggelegen akkers, boomkwekerijen en eeuwenoude boerderijen, kastelen en dorpen. 

Wat doet Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum met deze kenmerkende terrassen
Om er voor te zorgen dat de kwaliteit van het landschap door de gebiedsontwikkeling verbetert, zijn in deel 1 van het Kwaliteitskader Ooijen-Wanssum leidende principes opgesteld. Daarin staat onder meer dat het gebiedseigen karakter, waar de terrassen onderdeel van zijn, moet worden versterkt door maatregelen. Het kwaliteitskader is verder uitgewerkt (Kwaliteitskader deel 2) en meegegeven aan aannemer Mooder Maas voor de uitvoering.

Mooder Maas heeft een dijkenstrategie ontwikkeld die het onbedijkte terrassenlandschap eer aan doet. Met twee nieuwe dijktypen – de steilranddijk en de hogegronddijk – wordt het terrassenlandschap benadrukt. Traditionele dijken zouden als vreemde grondlichamen in het landschap liggen. De oplossing die nu wordt gekozen versterkt juist het terrassenkarakter.
De gekozen strategie heeft daarnaast als voordeel de impact op de landbouwpercelen kleiner is en dat de aannemer afgegraven grond uit de hoogwatergeulen in het gebied kan verwerken. 

Wat doet Mooder Maas concreet?
Op onderstaande kaart is te zien op welke plekken Mooder Maas steilranddijken aanlegt. Op een aantal plekken, zoals op de Zeelberg en Beerendonck in Broekhuizenvorst komen bestaande steilranden (deels) te vervallen. Daar is de hoogwaterbescherming niet in overeenstemming te brengen met het bestaande landschap. In sommige gevallen  - zoals bij de Beerendonck – lukt het om de steilrand terug te brengen of een hoge gronddijk te realiseren. 

Het centrum van Wanssum wordt door Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum opnieuw ingericht: de doorstroomopening ter hoogte van de Brugstraat wordt verbreed tot zo’n 80 meter, er komt een nieuwe brug, de huidige doorlopende weg wordt afgewaardeerd en dijken worden opnieuw aangelegd of verhoogd. Het project heeft een grote impact op de kern van het dorp en daarom is er zorgvuldig en in overleg met alle betrokken partijen gekeken naar het beste ontwerp.

Vanuit de omgeving is bij het ontwerp met name aandacht gevraagd voor de verbinding tussen de twee dorpsdelen (oost en west) en de invulling van de haven als verblijfplaats. Daarnaast is er gevraagd voor goede mogelijkheden om een rondje om de haven te lopen .

De ontwerpers van Projectbureau Ooijen-Wanssum en Mooder Maas hebben aan de wensen uit de omgeving invulling gegeven met een zoveel mogelijk groen ingerichte jachthaven die laagdrempelig toegang biedt tot het Molenbeekdal.

In het plan is een lage voetgangersbrug opgenomen die een extra mogelijkheid schept om het water in de jachthaven over te steken. Op deze wijze ontstaat een ommetje ter hoogte van het water; voetgangers hoeven hier niet over de grote brug in het centrum, maar kunnen er onderdoor en gemakkelijk het Molenbeekdal inlopen. De lage brug vervangt de huidige voetgangersverbinding in de jachthaven.

De ontwerpers hebben er voor gekozen om de nieuwe voetgangersbrug in een rechte lijn ten opzichte van de Venrayseweg (huidige N270) te leggen op waterniveau om zo de beleving van het gebied te optimaliseren. 

Naast de wettelijk vereiste ontwerphoogte moet bij de aanleg van een groene dijk ook rekening worden gehouden met het feit dat een dijk en de ondergrond nog 'zakt' en dus na een tijdje lager komt te liggen. Daarom wordt een dijk hoger opgeleverd. Deze zogenaamde overhoogte geeft het verschil aan tussen de minimale hoogte die een dijk wettelijk moet hebben en de hoogte waarmee een dijk wordt opgeleverd. Bij Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is de overhoogte bij oplevering maximaal 10 cm; dat is contractueel met de aannemer afgesproken. 

Na het opbrengen van de grond voor de dijk zal er zetting optreden in de ondergrond. Daarnaast zal het opgebrachte materiaal inklinken. Om te zorgen dat de dijk over zijn gehele levensduur aan de wettelijk vereiste hoogte voldoet , wordt overhoogte opgebracht ter compensatie van de zetting en klink.

Zetting is het samendrukken van slappe onderlagen (als gevolg van het uitpersen van lucht en grondwater) in de ondergrond waarop de verhoogde en verzwaarde dijk is aangebracht. 

Tijdens de voorbereiding van het PIP zijn door middel van sonderingen (boringen in de ondergrond) bodemgegevens verzameld. Mooder Maas heeft daarna ook bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van beide onderzoeken zijn door een ingenieursbureau zettingsberekeningen uitgevoerd. Een zettingsberekening is een voorspelling van het zettingsgedrag. Gedurende de zettingsperiode wordt de zetting gemonitord met een meetpaal, zakbaken genaamd. Deze meetpaal blijft tot het afwerken van het project of het betreffende onderdeel staan.

Zowel zetting als inklinken zorgen ervoor dat de hoogte van de kruin van een versterkte groene dijk na verloop van tijd lager komt te liggen. Het proces van zetting en inklink neemt meerdere jaren in beslag, waarbij de grootste zetting en inklink in de eerste weken/maanden zullen optreden. 

Ook in Ooijen Wanssum moeten de dijken worden opgeleverd met overhoogte. De overhoogte verschilt per locatie, afhankelijk van de mate waarin de grond onder de dijk en de grond van de dijk nog nazakt. 

De dijken worden opgeleverd met een maximale overhoogte van 10 cm, dat is contractueel met de aannemer afgesproken. Op plekken waar meer dan 10 cm zetting en klink wordt verwacht, wordt op die plek tijdens de uitvoeringsperiode van het project extra overhoogte aangebracht. Deze extra overhoogte is als gevolg van zetting en klink echter “verdwenen” in de periode tussen aanleg en oplevering. Als een dijk tegen oplevering meer dan 10 cm overhoogte heeft, worden de grond hoger dan 10 cm overhoogte verwijderd. 

De kern van een steilranddijk wordt op eenzelfde manier aangebracht als een traditionele groene dijk. Hier gelden dezelfde zettingsberekeningen en maximale overhoogte van maximaal 10 cm bij oplevering van het project.

De kern van een hoge grond dijk ligt onder de grond. Daaroverheen ligt een deklaag van ca. 80 cm, zodat agrariërs de grond kunnen bewerken of bos kan groeien, zonder daarbij de kern van de dijk te beschadigen.

Landelijk zijn er normen waaraan dijken dienen te voldoen om hoogwaterveiligheid te kunnen garanderen. Met de van toepassing zijnde veiligheidsnorm kan de waterkerende hoogte worden berekend. Deze hoogte wordt de wettelijk benodigde ontwerphoogte genoemd. Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is gehouden aan het Ontwerpkader Maaskaden. 

Daarnaast dient een dijk altijd iets hoger te worden aangelegd vanwege zetting en inklink. De aanleghoogte is de som van de benodigde overhoogte, opgeteld bij de wettelijk benodigde ontwerphoogte.

Oude Maasarm

De Oude Maasarm is een aftakking van de Maas tussen Ooijen en Wanssum. Deze Oude Maasarm was vroeger als zijrivier actief, maar is in de laatste honderd jaar nagenoeg droog komen liggen. De Oude Maasarm heeft in het verleden altijd een belangrijke rol gespeeld bij de afvoer van hoogwater van de Maas, maar is na de hoogwaters in 1993 en 1995 op basis van een noodwet in 1996 met dijken van de Maas afgesloten.

Het beheer van de Oude Maasarm wordt in een later stadium door de Provincie Limburg aanbesteed. In de fase waarin het project zich nu bevindt kunnen we hier nog niets over zeggen.

Jazeker, de Oude Maasarm is goed toegankelijk voor voetgangers en fietsers. Kijk hier voor meer informatie over fiets- en wandelroutes in het gebied.

Een deel van de Oude Maasarm is trouwens al op de toekomst voorbereid. Staatsbosbeheer heeft in 2013 reeds de zogenaamde Klimaatbuffer gerealiseerd. Ook deze is vrij toegankelijk voor publiek.

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum combineert een aantal belangrijke doelstellingen in een integraal plan: het maken van ruimte voor de rivier, het realiseren van nieuwe, hogere waterkeringen, het ontwikkelen van natuur en landschap, het vergroten van de leefbaarheid van Wanssum en het bieden van ruimte aan nieuwe economische ontwikkelingen.

Één van de belangrijkste maatregelen die de gebiedsontwikkeling neemt ten aanzien van ruimte voor de rivier, is het reactiveren van de Oude Maasarm. Samen met de hoogwatergeulen van Ooijen en Wanssum ontstaat daarmee een waterstandsdaling van 35 cm bij hoogwater op de rivier. De Oude Maasarm heeft namelijk een belangrijke functie bij de afvoer van de Maas bij hoogwater. Een meestromende Oude Maasarm is cruciaal bij de bestrijding van hoog water op de Maas. Daartoe moeten de dijken worden verlegd en knelpunten worden verwijderd.

Één van de grootste knelpunten is de doorstroomopening in het centrum van Wanssum (onder de Brugstraat). Deze opening moet fors worden verdiept en zo’n 80 meter breed worden. Daarnaast komt de nieuwe brug over de doorstroomopening hoger te liggen dan het huidige niveau, omdat deze moet aansluiten op de toekomstige dijkhoogte.

In eerste instantie is het projectbureau uitgegaan van een oplossing aan de oostzijde. Gaandeweg de uitwerking bleek dat:
1. het verplaatsen van de twee bedrijven aan de oostzijde (tankstation en supermarkt) onevenredig duur is: Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum wordt gefinancierd met belastinggeld, het spreekt voor zich dat daar sober en doelmatig mee wordt omgesprongen;
2. de technische gevolgen groot zijn: Als de brug naar het oosten verschuift, zal ook de aanloop naar de brug verschuiven. Dat heeft nogal wat gevolgen voor de aansluitingen op de zijwegen en de af- en opritten;
3. de oplossing voor de aanwonenden onwenselijk is: tijdens een consultatieavond met aanwonenden op 4 november 2013 was er aanzienlijke weerstand tegen deze optie, vanwege de hiervoor genoemde technische gevolgen en het feit dat de aanloop naar de brug een aantal bewoners en bedrijven het zicht zal belemmeren.

Bij de verdere uitwerking van het ontwerp van het centrum van Wanssum kwam een westelijke oplossing steeds opnieuw in beeld. De volgende argumenten spreken daarbij extra vóór een westelijke variant:
1. Voor zowel de supermarkt en als het tankstation, twee belangrijke functies voor het dorp, is het beter als niet de overheid maar de ondernemers zelf kunnen bepalen of ze op de huidige plaats blijven zitten, of kiezen voor een ontwikkeling op een andere locatie. Door beide locaties beschikbaar te maken en de keuze aan de ondernemers te laten zijn er minder afhankelijkheden tussen de gebiedsontwikkeling en de ondernemers. Dit maakt het project beter en sneller uitvoerbaar.
2. In de oostelijke variant krijgt het centrum van Wanssum geen evenwichtige impuls: de supermarkt en het tankstation verdwijnen en een deel van de Brugstraat wordt verhoogd: alle ingrepen vinden dan plaats aan oostzijde van het dorp. Bij een ontwikkeling aan de westzijde komt de brug en de doorstroom in het midden tussen de twee dorpsdelen te liggen en is het mogelijk de twee dorpshelften maximaal bij elkaar brengen, in het hart van Wanssum.
3. De inpassing aan de westzijde past ruimtelijk beter bij het toekomstige havenbeeld en bij de herontwikkeling van het gebied rond de jachthaven en biedt meer ruimte voor een toekomstige centrumontwikkeling, met maximale kansen voor detailhandel, horeca, wonen en een MultiFunctioneelCentrum (MFC).

De maatregelen die Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum – zoals de hoogwatergeulen en het bevorderen van de doorstroming in Wanssum – zorgen ervoor dat het opstuwende effect van de Moleneind geen probleem meer is. Volgens de berekeningen kan het water hier in de toekomst voldoende doorstromen en is er geen gevaar meer voor Meerlo.

In dit factsheet staat helder omschreven waarom de weg niet hoeft te worden aangepast. 

 

De drempelhoogte bij de instroom is ca. 13,5 m +NAP wat zoveel betekent dat deze gemiddeld een paar dagen per jaar overstroomt. Echt meestromen van de gehele Oude Maasarm treedt gemiddeld één keer in de 10 jaar op. Tot dit moment van meestromen, stroomt het plangebied van drie kanten vol met water; vanuit de uitstroomopening bij Blitterswijck, vanuit Wanssum en uiteraard vanuit de instroom van de oude Maasarm te Ooijen.

Hier vindt u een overstromingssimulatie die laat zien hoe de Maas bij stijgende waterstanden het gebied in stroomt, nadat de gebiedsontwikkeling is afgerond. De hoogstgemeten waterstand van 1993 is in het model gemarkeerd.

 

Voor de realisatie van de hoogwatergeulen en de Oude Maasarm zal in totaal 3,6 miljoen m3 zand moeten worden afgevoerd. Om de overlast van zandtransport zo veel mogelijk te beperken, dient vervoer via het water te geschieden, met uitzondering van specie die verwerkt wordt binnen de gemeente grenzen van Venray en Horst aan de Maas.

Belangrijke uitgangspunten voor het eindbeheer zijn onder andere jaarrondbegrazing, waarbij kuddes het hele jaar in het gebied verblijven om het terrein te begrazen, eenheid van beheer en aaneengesloten natuur. De stuurgroep van de gebiedsontwikkeling streeft er naar om waar mogelijk lokale agrariërs een rol te geven in het eindbeheer.

Lees hier alles over het beheer tijdens en na de uitvoering. 

 

Het centrum van Wanssum wordt door Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum opnieuw ingericht: de doorstroomopening ter hoogte van de Brugstraat wordt verbreed tot zo’n 80 meter, er komt een nieuwe brug, de huidige doorlopende weg wordt afgewaardeerd en dijken worden opnieuw aangelegd of verhoogd. Het project heeft een grote impact op de kern van het dorp en daarom is er zorgvuldig en in overleg met alle betrokken partijen gekeken naar het beste ontwerp.

Vanuit de omgeving is bij het ontwerp met name aandacht gevraagd voor de verbinding tussen de twee dorpsdelen (oost en west) en de invulling van de haven als verblijfplaats. Daarnaast is er gevraagd voor goede mogelijkheden om een rondje om de haven te lopen .

De ontwerpers van Projectbureau Ooijen-Wanssum en Mooder Maas hebben aan de wensen uit de omgeving invulling gegeven met een zoveel mogelijk groen ingerichte jachthaven die laagdrempelig toegang biedt tot het Molenbeekdal.

In het plan is een lage voetgangersbrug opgenomen die een extra mogelijkheid schept om het water in de jachthaven over te steken. Op deze wijze ontstaat een ommetje ter hoogte van het water; voetgangers hoeven hier niet over de grote brug in het centrum, maar kunnen er onderdoor en gemakkelijk het Molenbeekdal inlopen. De lage brug vervangt de huidige voetgangersverbinding in de jachthaven.

De ontwerpers hebben er voor gekozen om de nieuwe voetgangersbrug in een rechte lijn ten opzichte van de Venrayseweg (huidige N270) te leggen op waterniveau om zo de beleving van het gebied te optimaliseren. 

Rondweg

De rondweg wordt ongeveer 3 kilometer lang en buigt ten westen van champignonkwekerij Cox bij de Lange Ven richting het noorden af van de huidige N270. De weg loopt met een ruime bocht om de kern van Wanssum en kruist de haven met een nieuw aan te leggen brug, ter hoogte van TopTerra en de Busserhofweg. De onderkant van de nieuwe brug ligt op circa 8 meter hoogte boven het maaiveld. Via de Busserhofweg en het verlengde hiervan komt de rondweg uiteindelijk weer net voor de Koninginnebrug op het huidige tracé.
In Wanssum zijn op de kruisende wegen palen geplaatst die de ligging en de hoogte van het tracé aangeven. 

Doordat het doorgaande verkeer niet meer door de dorpskern van Wanssum loopt kan deze worden afgewaardeerd tot erftoegangsweg (30 km-zone) en gebiedsontsluitingsweg (50 km-zone).

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is gehouden aan de wet- en regelgeving rondom geluidsoverlast en luchtverontreiniging/fijnstof van de rondweg en zal dan ook alle maatregelen treffen die nodig zijn om binnen de normen te blijven.

Ten aanzien van de rondweg is inmiddels bekend dat deze zal worden voorzien van stil asfalt. Er is gekozen voor stil asfalt omdat een maatregel bij de bron van het geluid (het wegdek) het meest effectief is. 

 

Landbouw verkeer mag volgens het provinciale beleid niet over de rondweg. Het landbouwverkeer wordt over de huidige doorgaande weg geleid waarbij de bereikbaarheid naar omliggende kernen gegarandeerd blijft. Daarom wordt er voor sommige delen een parallelstructuur aangelegd.

Op verzoek van de landbouwsector en de bewoners van Wanssum is er nog eens opnieuw naar deze kwestie gekeken. In deze memo wordt toegelicht waarom ook na heroverweging landbouwverkeer niet zal worden toegestaan op de rondweg. 

De provinciale rondweg die in het kader van Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum wordt aangelegd, moet een belangrijke bijdrage leveren aan de verbetering van de leefbaarheid van Wanssum. De nieuwe weg doorsnijdt echter een aantal bestaande verbindingen tussen Geijsteren en Wanssum. Met name voor fietsers, wandelaars en schoolgaande jeugd is dat erg vervelend.

Om de negatieve effecten van de rondweg te beperken wordt er een extra fiets- en wandelverbinding gerealiseerd via de Meerlosebaan. De huidige Meerlosebaan wordt daarvoor verbreed met fietsstroken of mogelijk zelfs voorzien van een vrijliggend fietspad. Om de veiligheid op deze verbinding te garanderen wordt de weg voor autoverkeer afgesloten. Ten noorden van de rondweg is de Meerlosebaan in de toekomst dan alleen nog toegankelijk voor fietsers, voetgangers en landbouwverkeer.

Fietsers en voetgangers kunnen de provinciale rondweg straks via een brug oversteken. Deze wordt ter hoogte van de Meerlosebaan aangelegd. Omdat de rondweg daar verdiept ligt, hoeven de hellingen naar de brug niet zo hoog en lang te worden. Om de route naar basisschool de Peddepoel zo kort mogelijk te maken, wordt het zandpad (Peddepoel) van de Meerlosebaan naar de Gouverneur Houbenstraat verhard.

Met de aanleg van de fietsbrug komen de eerdere plannen voor de aanleg van een fietstunnel ter hoogte van de Nieuwlandsestraat te vervallen. Een tunnel op die plek zou onevenredig veel geld kosten, omdat deze grotendeels in het grondwater zou komen te liggen.

De Geijsterseweg blijft overigens in de toekomst ook beschikbaar als verbinding tussen Wanssum en Geijsteren, maar zowel de weg als het fietspad worden om de nieuwe industriehaven geleid.

De nieuwe rondweg doorkruist het huidige Pieterpad. Om er voor te zorgen dat de recreatieve route in stand blijft zal deze enigszins aangepast moeten worden. Gebiedsontwikkeling zorgt er voor dat die aanpassing goed wordt gerealiseerd.

Hoogwatergeul Ooijen

De hoogwatergeulen moeten er voor zorgen dat hoogwater sneller kan worden afgevoerd. Met de hoogwatergeulen ontstaan twee grote ‘binnenbochten’ die met hoogwater mee gaan stromen.

De hoogwatergeulen worden straks vrij toegankelijke natuurgebieden. Bij 'Deelprojecten' vindt u onder Hoogwatergeul Ooijen en Hoogwatergeul Wanssum enkele impressies, die een goed beeld geven hoe het gebied er in de toekomst uit komt te zien.

Nee, de bestuurders hebben besloten geen commerciële zandwinning toe te staan. De aannemer heeft wel de mogelijkheid om omputlocaties te realiseren. Dat zijn locaties waar de aannemer bruikbaar zand kan omruilen met onbruikbaar zand. Mooder Maas gaat geen gebruik maken van deze mogelijkheid.

Voor de realisatie van de hoogwatergeulen en de Oude Maasarm zal in totaal 3,6 miljoen m3 zand moeten worden afgevoerd. Om de overlast van zandtransport zo veel mogelijk te beperken, dient vervoer via het water te geschieden, met uitzondering van specie die verwerkt wordt binnen de gemeente grenzen van Venray en Horst aan de Maas.

Voor de aanleg van Hoogwatergeul Ooijen wordt in totaal 1,8 miljoen kubieke meter grond weggehaald. Op een oppervlak van zo’n 120 voetbalvelden wordt tussen de 1 en 3 meter afgegraven, lokaal loopt dat op tot 6 meter. 

Belangrijke uitgangspunten voor het eindbeheer zijn onder andere jaarrondbegrazing, waarbij kuddes het hele jaar in het gebied verblijven om het terrein te begrazen, eenheid van beheer en aaneengesloten natuur. De stuurgroep van de gebiedsontwikkeling streeft er naar om waar mogelijk lokale agrariërs een rol te geven in het eindbeheer.

Lees hier alles over het beheer tijdens en na de uitvoering. 

 

Archeologie

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is gehouden aan de Wet op de Archeologische Monumentenzorg. Deze wet schrijft voor dat er bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de in de grond aanwezige en te verwachten archeologische vondsten. Bij het onderdeel ‘Archeologie’ op onze site vindt u uitgebreide informatie over onze specifieke aanpak.

Archeologische vondsten worden overgedragen aan het depot van de Provincie Limburg. 

Economische initiatieven

Alle informatie over de 'Regeling Ontwikkelingsruimte Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum' is te vinden in de brochure. Zie hier.

De regeling is een uitvloeisel van de projectdoelstelling 'Ruimte voor economische ontwikkeling.' De regeling is daarom alleen toegankelijk voor bedrijven met een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. 

Projectbureau Ooijen-Wanssum heeft een uitgebreide memo geschreven over de milieuzonering in Wanssum. Deze is hier te lezen.