Algemeen

Conform de richtlijnen van het RIVM hebben het Projectbureau Ooijen-Wanssum en Mooder Maas maatregelen genomen om de verspreiding van het virus zoveel mogelijk te voorkomen.

Projectbureau Ooijen-Wanssum en Mooder Maas houden de ontwikkelingen en het advies van RIVM in de gaten en passen indien nodig de maatregelen aan. 

Maatregelen:

  • zonder afspraak geen toegang tot ons kantoor;
  • voor reeds gemaakte afspraken wordt per afspraak bekeken hoe we hiermee omgaan;
  • er worden geen rondleidingen gegeven.

Het Projectbureau Ooijen-Wanssum is bereikbaar via: 0478-853888

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum moest de hoogwaterproblematiek in het gebied oplossen. De hoogwaterbescherming achter de kades moet naar het niveau van 1/250 per jaar* en de waterstand moet 35 cm omlaag. De gebiedsontwikkeling draagt daarnaast bij aan het ontwikkelen van natuur en landschap, het vergroten van de leefbaarheid in Wanssum en het biedt ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen.

(* De kans op overstroming is dan 1/250, ofwel 1 x per 250 jaar)

Op 23 november 2017 zijn de uitvoeringswerkzaamheden officieel van start gegaan. Eind 2020 is het project opgeleverd.

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is afgerond. De aannemer heeft het project opgeleverd.

Het projectbureau houdt zich nu nog onder meer bezig met de administratieve afhandeling en publiekscommunicatie. 

Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen, dan kunt u zich hier aanmelden voor onze digitale nieuwsbrief. Deze geeft een goed beeld van de laatste ontwikkelingen. Heeft u specifieke vragen, dan kunt u ons altijd mailen of bellen. Wilt u liever langskomen, dan kunt u het beste een afspraak maken. 

Projectbureau Ooijen-Wanssum
Geijsterseweg 12b
5861 BL  Wanssum
0478-853888

Het projectbudget is 230 miljoen euro, dat is inclusief de kosten van de voorbereiding en de grondverwervingskosten. De kosten worden betaald door het Rijk, de Provincie Limburg, Horst aan de Maas en Venray.  

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is per 1 januari 2021 afgerond. De TMV-lijn (voor tips, meldingen of vragen) is niet meer bereikbaar en ook het infocentrum aan de Geijsterseweg in Wanssum is niet meer toegankelijk voor bezoekers. Heeft u een vraag of opmerking over het gebied? Bekijk dan op deze pagina met welke organisatie u hierover in contact kunt treden.

Bij hoogwater worden de sluizen continue open gezet. Zo kan het water sneller worden afgevoerd. De sluizen hebben bij hoogwater dus geen functie meer.

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is onderdeel van een groot scala aan waterstandsverlagende projecten die er voor moeten zorgen dat leven aan de Maas veiliger wordt. De waterstandsverlagende effecten van Gebiedsontwikkeling Ooijen- Wanssum werken door tot in Roermond en zo dragen alle projecten bij aan een veiliger Nederland.

Op onderstaande afbeelding is te zien welke projecten zich allemaal bezighouden met hoogwaterbescherming langs de Maas.
 

In het Provinciaal Inpassingsplan is voorgesteld om de milieuzonering van het industrieterrein van Wanssum aan te passen.

 

Dat is nodig omdat de bedrijvenlijst waarop de huidige bestemmingsplannen zijn gebaseerd sterk verouderd is. Bovendien is het principe van inwaarts zoneren – waarbij lage(re) milieucategorieën aan de rand van het industrieterrein liggen en hoge(re) milieucategorieën meer in het midden – in het verleden niet goed toegepast.

Gemeente Venray en Projectbureau Ooijen-Wanssum hebben een uitgebreide toelichting geschreven waarin het hoe en waarom van de aanpassingen van de milieuzonering helder zijn beschreven. Deze toelichting is hier te lezen. 

De das
De das is een roofdier die behoort tot de familie der marterachtigen. Dassen leven in familieverband. ’s Nachts schuifelt de das met zijn neus aan de grond in zijn territorium rond, op zoek naar langzaam bewegende prooien zoals regenwormen. Hij eet ook plantaardig voedsel zoals fruit en noten. Overdag verblijven ze in een stelsel van ondergrondse tunnels die burchten worden genoemd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdburchten, bijburchten (die minder regelmatig bewoond zijn) en vluchtpijpen (plekken waar ze tijdelijk kunnen schuilen als ze worden verstoord). 

Populatie en bescherming
Nederland kent een gezonde populatie dassen. In het verleden was dit anders en werden er bijvoorbeeld heel veel dassen doodgereden. Door het nemen van beschermingsmaatregelen is de populatie sterk gegroeid en is de soort niet meer bedreigd. De soort staat daarom niet meer op de Nederlandse Rode Lijst voor zoogdieren. De das is wel nog beschermd via de Wet Natuurbescherming. Het is daarmee verboden burchten te beschadigen of te vernielen. Ook de leefomgeving van de das mag niet dusdanig worden aangetast dat de functie van de burchten in gevaar komt.

Het is onder voorwaarden mogelijk ontheffing van deze verbodsbepalingen te krijgen. Dat moet in de meeste gevallen bij de Provincie worden aangevraagd en in enkele situaties bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). 

De das in plangebied Ooijen-Wanssum
Plangebied Ooijen-Wanssum is een aantrekkelijk leefgebied voor de das: er leven hier zo’n 12 dassenfamilies die in totaal zo’n 40 bouwwerken (hoofdburchten, bijburchten en vluchtpijpen) gebruiken. De das is daarmee goed vertegenwoordigd in het gebied. Bij het inventariseren van de dassenpopulatie is samengewerkt met en gebruik gemaakt van onder meer de gegevens van de lokale dassenwerkgroep en Stichting Das en Boom. 

Kader Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum
Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum moet zorgen voor een toekomstbestendige oplossing van het hoogwaterprobleem in het Maasdal tussen Broekhuizen en Geijsteren en ook bepaalde ruimtelijke en economische ontwikkelingen mogelijk maken. Het project voorziet onder meer in de aanleg van dijken, hoogwatergeulen, een rondweg en de realisatie van 340 hectare nieuwe natuur.

Alle te nemen maatregelen zijn vastgelegd in het Provinciaal Inpassingsplan (PIP). Onderdeel van het PIP is onderzoek naar de effecten van de gebiedsontwikkeling. Het gaat daarbij om de effecten voor mensen (bijvoorbeeld geluid en fijnstof), maar ook de effecten op de flora en fauna moeten worden onderzocht. De Wet Natuurbescherming die aangeeft welke dier- en plantensoorten beschermd zijn, dient daarbij als leidraad. 

Onderzoek effecten dassenpopulatie
Bij het opstellen van het PIP is onderzoek gedaan naar de das: waar zitten dassen in het gebied en op welke manier raken de maatregelen hun leef- en foerageergebied? In het onderzoek is tevens gekeken naar welke maatregelen kunnen worden getroffen om binnen de regels van de Wet Natuurbescherming te blijven. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de aanleg van dassenrasters en dassentunnels om de kans op verkeersslachtoffers te verkleinen.

Na de aanbesteding in 2016 is de realisatie van de Gebiedsontwikkeling gestart. Aannemerscombinatie Mooder Maas draagt zorg voor het verkrijgen van alle vergunningen en ontheffingen die nodig zijn voor de uitvoering van het werk. Mooder Maas heeft voor aanvang van haar werkzaamheden opnieuw een dasseninventarisatie uitgevoerd en heeft op een aantal plekken in het definitieve ontwerp nog rekening kunnen houden met het leef- en foerageergebied. In een project met een dergelijke grote omvang als Ooijen-Wanssum is het echter onmogelijk dat het leefgebied van de das niet wordt geraakt. Bijvoorbeeld omdat de das op een nieuwe plek een nieuwe bijburcht of vluchtpijp heeft gebouwd waar een waterkering of een geul moet worden gegraven. Om het werk dan wel te kunnen uitvoeren, moet een ontheffing worden aangevraagd.

Om voor een ontheffing in aanmerking te komen gelden strenge eisen die er op gericht zijn dat de schade aan deze beschermde dieren zoveel mogelijk beperkt wordt en negatieve effecten op de populatie voorkomen worden. Mooder Maas heeft voor het verwijderen van drie bijburchten en vijf vluchtpijpen ontheffing aangevraagd en gekregen. In sommige gevallen betreft het dassenholen die al langere tijd niet in gebruik zijn.

Maatregelen
Alvorens  de bijburchten en vluchtpijpen kunnen worden verwijderd, voert Mooder Maas tal van maatregelen uit om er voor te zorgen dat de dassen niet worden verwond of gedood. Er wordt ook m.b.t. verstoring rekening gehouden met de meest kwetsbare periode tijdens de voortplanting. Er worden maatregelen genomen om de das te ontmoedigen nog gebruik te maken van de bijburcht of vluchtpijp en hij wordt aangespoord elders zijn heenkomen te zoeken. Op één locatie wordt daarvoor ook een nieuwe kunstburcht aangebracht. Bovendien wordt er voor gezorgd dat er voldoende foerageergebied van de das bewaard blijft zodat er genoeg voedsel beschikbaar is. Waar nodig wordt een alternatief foerageergebied ingericht of anderszins voedsel aangeboden. 

Natuurontwikkeling
Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum realiseert 340 ha nieuwe natuur. Door deze ontwikkeling ontstaat een 540 ha groot aaneengesloten waterrijk natuurgebied dat als één eenheid beheerd gaat worden middels jaarrondbegrazing. De locaties van de hoogwatergeul Wanssum en Ooijen worden door de gebiedsontwikkeling grosso modo omgevormd van een onbegraasd, monotoon akkerland naar begraasd grasland met wat waterpartijen en her en der struweel en bos. Om er voor te zorgen dat het een open, grazig landschap blijft worden een paar honderd grote grazers ingezet. Door deze metamorfose zal het leefgebied van de das flink verbeteren en zullen ook tientallen nieuwe dieren- en plantensoorten een plek in het gebied vinden. Dat neemt niet weg dat de das tot die tijd behoorlijk zal moeten wennen aan alle werkzaamheden en veranderingen in zijn leefgebied. 

Hoogwatergeul Wanssum

Hoogwatergeul Wanssum loopt van Blitterswijck tot aan de monding van de industriehaven van Wanssum. Op een oppervlak van zo’n 170 voetbalvelden wordt tussen de 0 en 2 meter afgegraven, lokaal loopt dat op tot 3 meter. In totaal gaat het om 1,2 miljoen kubieke meter zand.

De hoogwatergeulen moeten er voor zorgen dat hoogwater sneller kan worden afgevoerd. Met de hoogwatergeulen ontstaan twee grote ‘binnenbochten’ die met hoogwater mee gaan stromen.

Voor de realisatie van de hoogwatergeulen en de Oude Maasarm is in totaal 3,6 miljoen m3 zand afgevoerd. Om de overlast van zandtransport zo veel mogelijk te beperken, is nagenoeg al het vervoer via het water geschied, met uitzondering van specie die verwerkt is binnen de gemeente grenzen van Venray en Horst aan de Maas.

Belangrijke uitgangspunten voor het eindbeheer zijn onder andere jaarrondbegrazing, waarbij kuddes het hele jaar in het gebied verblijven om het terrein te begrazen, eenheid van beheer en aaneengesloten natuur. 

Lees hier alles over het beheer tijdens en na de uitvoering. 

 

Dijken

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum wordt gerealiseerd volgens de nu geldende richtlijnen. Het is goed mogelijk dat die richtlijnen in de toekomst worden bijgesteld, daarom houden we bij de aanleg van dijken zoveel mogelijk rekening met toekomstige ophogingen.

Met het openstellen van de Oude Maasarm is een nieuwe waterkundige situatie ontstaan die om nieuwe beschermingsmaatregelen vraagt. Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum moest bovendien zorgen voor een beschermingsniveau van 1/250*. Dat beschermingsniveau is bij wet bepaald en geldt voor alle primaire dijken in Limburg.

 

(* De kans op overstroming is dan 1/250, ofwel 1 x per 250 jaar)

De hoogte van de dijken is afhankelijk van vele factoren. Omdat de hele waterkundige situatie in het gebied veranderd is, is de nieuwe dijkhoogte per geval verschillend. Maatgevend is de bescherming van 1/250.

De ontwerphoogten van de nieuwe dijken zijn vastgelegd in het Dijkenplan bij het Provinciaal Inpassingsplan. De dijken zijn aangelegd met een overhoogte: er moet rekening gehouden worden met het feit dat een dijk en de ondergrond nog 'zakt' en dus na een tijdje lager komt te liggen. Daarom wordt een dijk hoger opgeleverd. Bij GOW is de overhoogte bij oplevering maximaal 10 cm; dat is contractueel met de aannemer afgesproken.

 

 

Primaire dijken zijn de belangrijkste dijken in ons land. Ze beschermen ons tegen het zogenaamde 'buitenwater' van onder andere de zee en de grote rivieren. Een primaire dijk is een dijk die is vastgelegd in de Waterwet. Primaire dijken zijn in beheer van het Waterschap.

De primaire dijken vallen onder het beheer van Waterschap Limburg. Voor de overige dijken moet nog worden bepaald wie het onderhoud gaat doen.

 

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum had als streven het gebied maximaal beleefbaar te maken. Uit het Nederlandse rivierengebied is bekend dat dijken geliefde toeristische verbindingen vormen met een grote economische betekenis. Daarom zijn er zoveel mogelijk fiets- en wandelmogelijkheden op de dijken gerealiseerd. 

 

Het unieke karakter van het landschap van plangebied Ooijen-Wanssum wordt mede bepaald door de steilranden. Mooder Maas heeft bij haar ontwerp en in de uitvoering rekening gehouden met deze bijzondere elementen. In deze memo leggen we het belang van de steilranden uit en maken we duidelijk op welke wijze Mooder Maas met de steilranden in het gebied omgaat. 

Hoe zijn de terrassen en steilranden in het Noord-Limburgse landschap ontstaan?
Noord-Limburg ligt in een stijgingsgebied. Nog steeds komt het land hier met bijna 2 cm per eeuw omhoog. Noodgedwongen moet de Maas zich daarom tussen Neer en Gennep insnijden in de haar omringende rivierafzettingen en dekzandgronden. Waar veel rivieren hun erosieve kracht in de breedte gebruiken, snijdt de Maas in Noord-Limburg vooral in de diepte. Mede door de combinatie van deze twee processen – het stijgen van het landschap en het insnijden van de Maas – heeft de rivier terrassen gevormd. Terrassen zijn oude stroomgebieden van de Maas die door het stijgen van het landschap en het dalen van de rivier langzaam buiten het bereik van de rivier zijn geraakt.

Insnijding vond door de tijd periodiek plaats. Tijdens de verschillende ijstijden en koude tijden die West-Europa kende, kwam het insnijdingsproces tot stilstand. In de boomloze landschapen van de ijstijden ontbrak het aan vegetatie om het sediment vast te houden. De afwisseling van opvulling en insnijding op een steeds verder ingesneden, lager niveau heeft uiteindelijk de bekende Maasterrassen gevormd. De randen van de terrassen zijn ook voor het minder geoefende oog overal in het landschap zichtbaar. 

Wat is er zo bijzonder aan? 
De terrassen en terrasranden én de patronen die de Maas heeft achtergelaten in de huidige terrassen – zoals de loop van de Oude Maasarm – zijn op Europese schaal uniek. Dit geldt ook voor de bijzondere kwaliteiten van het grond- en kwelwater en de natuur.

Vanaf de hooggelegen terrassen stroomt uit de wijde omtrek water naar de Maas. Dit gebeurt bovengronds via oude Maasgeulen en meer dan honderd beeklopen. Buiten beeld, maar minstens zo belangrijk, zijn de ondergrondse waterstromen richting de Maas. Op terrasovergangen en in oude Maasarmen treden deze grondwaterstromen uit en vormen zij de bronnen van beken, moerasjes of andere landschapselementen met unieke flora. Het bijzondere aan de Zandmaas is dat deze lage door (grond-)water gedomineerde gebieden direct grenzen aan hoge gronden.

Zandige hoge terrassen, rivierduinen en oeverwallen liggen hoog en droog boven de door water, klei en veen gedomineerde laagtes. Het zijn deze oorspronkelijke hoogten die van nature bescherming boden aan have en goed. Sinds mensenheugenis vormen dit de plekken waar gebouwd werd. Daardoor ontstond al in het verre verleden een organisch, door de hoogte bepaald, zeer gevarieerd nederzettingenpatroon. Door op deze wijze te bouwen bleef de rivier onbedijkt. In het gebied vinden we, te midden van overstroombare geulen, grasland en moerasgebieden, hooggelegen akkers, boomkwekerijen en eeuwenoude boerderijen, kastelen en dorpen. 

Wat doet Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum met deze kenmerkende terrassen
Om er voor te zorgen dat de kwaliteit van het landschap door de gebiedsontwikkeling verbetert, zijn in deel 1 van het Kwaliteitskader Ooijen-Wanssum leidende principes opgesteld. Daarin staat onder meer dat het gebiedseigen karakter, waar de terrassen onderdeel van zijn, moet worden versterkt door maatregelen. Het kwaliteitskader is verder uitgewerkt (Kwaliteitskader deel 2) en meegegeven aan aannemer Mooder Maas voor de uitvoering.

Mooder Maas heeft een dijkenstrategie ontwikkeld die het onbedijkte terrassenlandschap eer aan doet. Met twee nieuwe dijktypen – de steilranddijk en de hogegronddijk – wordt het terrassenlandschap benadrukt. Traditionele dijken zouden als vreemde grondlichamen in het landschap liggen. De oplossing die nu wordt gekozen versterkt juist het terrassenkarakter.
De gekozen strategie heeft daarnaast als voordeel de impact op de landbouwpercelen kleiner is en dat de aannemer afgegraven grond uit de hoogwatergeulen in het gebied kan verwerken. 

Wat doet Mooder Maas concreet?
Op onderstaande kaart is te zien op welke plekken Mooder Maas steilranddijken aanlegt. Op een aantal plekken, zoals op de Zeelberg en Beerendonck in Broekhuizenvorst komen bestaande steilranden (deels) te vervallen. Daar is de hoogwaterbescherming niet in overeenstemming te brengen met het bestaande landschap. In sommige gevallen  - zoals bij de Beerendonck – lukt het om de steilrand terug te brengen of een hoge gronddijk te realiseren. 

Het centrum van Wanssum is door Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum opnieuw ingericht: de doorstroomopening ter hoogte van de Brugstraat is verbreed tot 80 meter, er is een nieuwe brug, de doorlopende weg is afgewaardeerd en dijken zijn opnieuw aangelegd of verhoogd. Het project heeft een grote impact op de kern van het dorp en daarom is er zorgvuldig en in overleg met alle betrokken partijen gekeken naar het beste ontwerp.

Vanuit de omgeving is bij het ontwerp met name aandacht gevraagd voor de verbinding tussen de twee dorpsdelen (oost en west) en de invulling van de haven als verblijfplaats. Daarnaast is er gevraagd voor goede mogelijkheden om een rondje om de haven te lopen .

De ontwerpers van Projectbureau Ooijen-Wanssum en Mooder Maas hebben aan de wensen uit de omgeving invulling gegeven met een zoveel mogelijk groen ingerichte jachthaven die laagdrempelig toegang biedt tot het Molenbeekdal.

De lage voetgangersbrug schept een extra mogelijkheid om het water in de jachthaven over te steken. Op deze wijze ontstaat een ommetje ter hoogte van het water; voetgangers hoeven hier niet over de grote brug in het centrum, maar kunnen er onderdoor en gemakkelijk het Molenbeekdal inlopen. De lage brug vervangt de oude voetgangersverbinding in de jachthaven.

De ontwerpers hebben er voor gekozen om de nieuwe voetgangersbrug in een rechte lijn ten opzichte van de Venrayseweg (huidige N270) te leggen op waterniveau om zo de beleving van het gebied te optimaliseren. 

Naast de wettelijk vereiste ontwerphoogte moet bij de aanleg van een groene dijk ook rekening worden gehouden met het feit dat een dijk en de ondergrond nog 'zakt' en dus na een tijdje lager komt te liggen. Daarom wordt een dijk hoger opgeleverd. Deze zogenaamde overhoogte geeft het verschil aan tussen de minimale hoogte die een dijk wettelijk moet hebben en de hoogte waarmee een dijk wordt opgeleverd. Bij Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is de overhoogte bij oplevering maximaal 10 cm; dat is contractueel met de aannemer afgesproken. 

Na het opbrengen van de grond voor de dijk zal er zetting optreden in de ondergrond. Daarnaast zal het opgebrachte materiaal inklinken. Om te zorgen dat de dijk over zijn gehele levensduur aan de wettelijk vereiste hoogte voldoet , wordt overhoogte opgebracht ter compensatie van de zetting en klink.

Zetting is het samendrukken van slappe onderlagen (als gevolg van het uitpersen van lucht en grondwater) in de ondergrond waarop de verhoogde en verzwaarde dijk is aangebracht. 

Tijdens de voorbereiding van het PIP zijn door middel van sonderingen (boringen in de ondergrond) bodemgegevens verzameld. Mooder Maas heeft daarna ook bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van beide onderzoeken zijn door een ingenieursbureau zettingsberekeningen uitgevoerd. Een zettingsberekening is een voorspelling van het zettingsgedrag. Gedurende de zettingsperiode wordt de zetting gemonitord met een meetpaal, zakbaken genaamd. Deze meetpaal blijft tot het afwerken van het project of het betreffende onderdeel staan.

Zowel zetting als inklinken zorgen ervoor dat de hoogte van de kruin van een versterkte groene dijk na verloop van tijd lager komt te liggen. Het proces van zetting en inklink neemt meerdere jaren in beslag, waarbij de grootste zetting en inklink in de eerste weken/maanden zullen optreden. 

Ook in Ooijen Wanssum moeten de dijken worden opgeleverd met overhoogte. De overhoogte verschilt per locatie, afhankelijk van de mate waarin de grond onder de dijk en de grond van de dijk nog nazakt. 

De dijken worden opgeleverd met een maximale overhoogte van 10 cm, dat is contractueel met de aannemer afgesproken. Op plekken waar meer dan 10 cm zetting en klink wordt verwacht, wordt op die plek tijdens de uitvoeringsperiode van het project extra overhoogte aangebracht. Deze extra overhoogte is als gevolg van zetting en klink echter “verdwenen” in de periode tussen aanleg en oplevering. Als een dijk tegen oplevering meer dan 10 cm overhoogte heeft, worden de grond hoger dan 10 cm overhoogte verwijderd. 

De kern van een steilranddijk wordt op eenzelfde manier aangebracht als een traditionele groene dijk. Hier gelden dezelfde zettingsberekeningen en maximale overhoogte van maximaal 10 cm bij oplevering van het project.

De kern van een hoge grond dijk ligt onder de grond. Daaroverheen ligt een deklaag van ca. 80 cm, zodat agrariërs de grond kunnen bewerken of bos kan groeien, zonder daarbij de kern van de dijk te beschadigen.

Landelijk zijn er normen waaraan dijken dienen te voldoen om hoogwaterveiligheid te kunnen garanderen. Met de van toepassing zijnde veiligheidsnorm kan de waterkerende hoogte worden berekend. Deze hoogte wordt de wettelijk benodigde ontwerphoogte genoemd. Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is gehouden aan het Ontwerpkader Maaskaden. 

Daarnaast dient een dijk altijd iets hoger te worden aangelegd vanwege zetting en inklink. De aanleghoogte is de som van de benodigde overhoogte, opgeteld bij de wettelijk benodigde ontwerphoogte.

Oude Maasarm

De Oude Maasarm is een aftakking van de Maas tussen Ooijen en Wanssum. Deze Oude Maasarm was vroeger als zijrivier actief, maar is in de laatste honderd jaar nagenoeg droog komen liggen. De Oude Maasarm heeft in het verleden altijd een belangrijke rol gespeeld bij de afvoer van hoogwater van de Maas, maar is na de hoogwaters in 1993 en 1995 op basis van een noodwet in 1996 met dijken van de Maas afgesloten.

Het beheer van de Oude Maasarm wordt door de Provincie Limburg aanbesteed. 

 

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum combineert een aantal belangrijke doelstellingen in een integraal plan: het maken van ruimte voor de rivier, het realiseren van nieuwe, hogere waterkeringen, het ontwikkelen van natuur en landschap, het vergroten van de leefbaarheid van Wanssum en het bieden van ruimte aan nieuwe economische ontwikkelingen.

Één van de belangrijkste maatregelen die de gebiedsontwikkeling neemt ten aanzien van ruimte voor de rivier, is het reactiveren van de Oude Maasarm. Samen met de hoogwatergeulen van Ooijen en Wanssum ontstaat daarmee een waterstandsdaling van 35 cm bij hoogwater op de rivier. De Oude Maasarm heeft namelijk een belangrijke functie bij de afvoer van de Maas bij hoogwater. Een meestromende Oude Maasarm is cruciaal bij de bestrijding van hoog water op de Maas. Daartoe moeten de dijken worden verlegd en knelpunten worden verwijderd.

Één van de grootste knelpunten is de doorstroomopening in het centrum van Wanssum (onder de Brugstraat). Deze opening moet fors worden verdiept en zo’n 80 meter breed worden. Daarnaast komt de nieuwe brug over de doorstroomopening hoger te liggen dan het huidige niveau, omdat deze moet aansluiten op de toekomstige dijkhoogte.

In eerste instantie is het projectbureau uitgegaan van een oplossing aan de oostzijde. Gaandeweg de uitwerking bleek dat:
1. het verplaatsen van de twee bedrijven aan de oostzijde (tankstation en supermarkt) onevenredig duur is: Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum wordt gefinancierd met belastinggeld, het spreekt voor zich dat daar sober en doelmatig mee wordt omgesprongen;
2. de technische gevolgen groot zijn: Als de brug naar het oosten verschuift, zal ook de aanloop naar de brug verschuiven. Dat heeft nogal wat gevolgen voor de aansluitingen op de zijwegen en de af- en opritten;
3. de oplossing voor de aanwonenden onwenselijk is: tijdens een consultatieavond met aanwonenden op 4 november 2013 was er aanzienlijke weerstand tegen deze optie, vanwege de hiervoor genoemde technische gevolgen en het feit dat de aanloop naar de brug een aantal bewoners en bedrijven het zicht zal belemmeren.

Bij de verdere uitwerking van het ontwerp van het centrum van Wanssum kwam een westelijke oplossing steeds opnieuw in beeld. De volgende argumenten spreken daarbij extra vóór een westelijke variant:
1. Voor zowel de supermarkt en als het tankstation, twee belangrijke functies voor het dorp, is het beter als niet de overheid maar de ondernemers zelf kunnen bepalen of ze op de huidige plaats blijven zitten, of kiezen voor een ontwikkeling op een andere locatie. Door beide locaties beschikbaar te maken en de keuze aan de ondernemers te laten zijn er minder afhankelijkheden tussen de gebiedsontwikkeling en de ondernemers. Dit maakt het project beter en sneller uitvoerbaar.
2. In de oostelijke variant krijgt het centrum van Wanssum geen evenwichtige impuls: de supermarkt en het tankstation verdwijnen en een deel van de Brugstraat wordt verhoogd: alle ingrepen vinden dan plaats aan oostzijde van het dorp. Bij een ontwikkeling aan de westzijde komt de brug en de doorstroom in het midden tussen de twee dorpsdelen te liggen en is het mogelijk de twee dorpshelften maximaal bij elkaar brengen, in het hart van Wanssum.
3. De inpassing aan de westzijde past ruimtelijk beter bij het toekomstige havenbeeld en bij de herontwikkeling van het gebied rond de jachthaven en biedt meer ruimte voor een toekomstige centrumontwikkeling, met maximale kansen voor detailhandel, horeca, wonen en een MultiFunctioneelCentrum (MFC).

De maatregelen die Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum – zoals de hoogwatergeulen en het bevorderen van de doorstroming in Wanssum – zorgen ervoor dat het opstuwende effect van de Moleneind geen probleem meer is. Volgens de berekeningen kan het water hier in de toekomst voldoende doorstromen en is er geen gevaar meer voor Meerlo.

In dit factsheet staat helder omschreven waarom de weg niet hoeft te worden aangepast. 

 

De drempelhoogte bij de instroom is ca. 13,5 m +NAP wat zoveel betekent dat deze gemiddeld een paar dagen per jaar overstroomt. Echt meestromen van de gehele Oude Maasarm treedt gemiddeld één keer in de 10 jaar op. Tot dit moment van meestromen, stroomt het plangebied van drie kanten vol met water; vanuit de uitstroomopening bij Blitterswijck, vanuit Wanssum en uiteraard vanuit de instroom van de oude Maasarm te Ooijen.

Hier vindt u een overstromingssimulatie die laat zien hoe de Maas bij stijgende waterstanden het gebied in stroomt, nadat de gebiedsontwikkeling is afgerond. De hoogstgemeten waterstand van 1993 is in het model gemarkeerd.

 

Voor de realisatie van de hoogwatergeulen en de Oude Maasarm is in totaal 3,6 miljoen m3 zand afgevoerd. Om de overlast van zandtransport zo veel mogelijk te beperken, is nagenoeg al het vervoer via het water geschied, met uitzondering van specie die verwerkt is binnen de gemeente grenzen van Venray en Horst aan de Maas.

Belangrijke uitgangspunten voor het eindbeheer zijn onder andere jaarrondbegrazing, waarbij kuddes het hele jaar in het gebied verblijven om het terrein te begrazen, eenheid van beheer en aaneengesloten natuur. 

Lees hier alles over het beheer tijdens en na de uitvoering. 

 

Het centrum van Wanssum is door Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum opnieuw ingericht: de doorstroomopening ter hoogte van de Brugstraat is verbreed tot 80 meter, er is een nieuwe brug, de doorlopende weg is afgewaardeerd en dijken zijn opnieuw aangelegd of verhoogd. Het project heeft een grote impact op de kern van het dorp en daarom is er zorgvuldig en in overleg met alle betrokken partijen gekeken naar het beste ontwerp.

Vanuit de omgeving is bij het ontwerp met name aandacht gevraagd voor de verbinding tussen de twee dorpsdelen (oost en west) en de invulling van de haven als verblijfplaats. Daarnaast is er gevraagd voor goede mogelijkheden om een rondje om de haven te lopen .

De ontwerpers van Projectbureau Ooijen-Wanssum en Mooder Maas hebben aan de wensen uit de omgeving invulling gegeven met een zoveel mogelijk groen ingerichte jachthaven die laagdrempelig toegang biedt tot het Molenbeekdal.

De lage voetgangersbrug schept een extra mogelijkheid om het water in de jachthaven over te steken. Op deze wijze ontstaat een ommetje ter hoogte van het water; voetgangers hoeven hier niet over de grote brug in het centrum, maar kunnen er onderdoor en gemakkelijk het Molenbeekdal inlopen. De lage brug vervangt de oude voetgangersverbinding in de jachthaven.

De ontwerpers hebben er voor gekozen om de nieuwe voetgangersbrug in een rechte lijn ten opzichte van de Venrayseweg (huidige N270) te leggen op waterniveau om zo de beleving van het gebied te optimaliseren. 

Rondweg

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is gehouden aan de wet- en regelgeving rondom geluidsoverlast en luchtverontreiniging/fijnstof van de rondweg en heeft dan ook alle maatregelen getroffen die nodig zijn om binnen de normen te blijven.

De rondweg is voorzien van stil asfalt. Er is gekozen voor stil asfalt omdat een maatregel bij de bron van het geluid (het wegdek) het meest effectief is. 

 

 

Landbouw verkeer mag volgens het provinciale beleid niet over de rondweg. Het landbouwverkeer wordt over de huidige doorgaande weg geleid waarbij de bereikbaarheid naar omliggende kernen gegarandeerd blijft. Daarom wordt er voor sommige delen een parallelstructuur aangelegd.

Op verzoek van de landbouwsector en de bewoners van Wanssum is er nog eens opnieuw naar deze kwestie gekeken. In deze memo wordt toegelicht waarom ook na heroverweging landbouwverkeer niet zal worden toegestaan op de rondweg. 

Hoogwatergeul Ooijen

De hoogwatergeulen moeten er voor zorgen dat hoogwater sneller kan worden afgevoerd. Met de hoogwatergeulen ontstaan twee grote ‘binnenbochten’ die met hoogwater mee gaan stromen.

Voor de realisatie van de hoogwatergeulen en de Oude Maasarm is in totaal 3,6 miljoen m3 zand afgevoerd. Om de overlast van zandtransport zo veel mogelijk te beperken, is nagenoeg al het vervoer via het water geschied, met uitzondering van specie die verwerkt is binnen de gemeente grenzen van Venray en Horst aan de Maas.

Voor de aanleg van Hoogwatergeul Ooijen is in totaal 1,8 miljoen kubieke meter grond weggehaald. Op een oppervlak van zo’n 120 voetbalvelden is tussen de 1 en 3 meter afgegraven, lokaal loopt dat op tot 6 meter. 

Belangrijke uitgangspunten voor het eindbeheer zijn onder andere jaarrondbegrazing, waarbij kuddes het hele jaar in het gebied verblijven om het terrein te begrazen, eenheid van beheer en aaneengesloten natuur. 

Lees hier alles over het beheer tijdens en na de uitvoering. 

 

Archeologie

Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum is gehouden aan de Wet op de Archeologische Monumentenzorg. Deze wet schrijft voor dat er bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de in de grond aanwezige en te verwachten archeologische vondsten. Bij het onderdeel ‘Archeologie’ op onze site vindt u uitgebreide informatie over onze specifieke aanpak.

Archeologische vondsten zijn overgedragen aan het depot van de Provincie Limburg. 

Economische initiatieven

Projectbureau Ooijen-Wanssum heeft een uitgebreide memo geschreven over de milieuzonering in Wanssum. Deze is hier te lezen.

Grazers en veeroosters

Overal waar een ingang zit waar een voertuig het gebied in kan, ligt een veerooster.  De exacte locaties kunt u terugvinden op de separaat bijgevoegde kaart op deze pagina.

Ja, er zijn op drie plekken menpoorten voor ruiters en menwagens: bij de ingangen aan de Veerweg, de Molenweg en de Berkenstraat. Zie de kaart voor de exacte locaties. Op deze plekken lopen de ruiterroutes door het gebied.

Jazeker. Op de plekken waar veeroosters liggen, is ook een klaphek geplaatst voor voetgangers zodat zij niet over het veerooster hoeven te lopen.

De veeroosters zijn voorzien van speciale rijstroken voor rolstoelen zodat ook mindervaliden kunnen genieten van de natuur in het gebied. Daarnaast wordt er bij Ooijen een wandelpad aangelegd dat geschikt is voor rolstoelgebruikers. Ook het ommetje in Blitterswijck wordt, met een klein extra lusje, toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Hiervoor hebben we een voorziening gerealiseerd vanaf de Veerweg richting het pad.

De verwachting is dat er na oplevering van het project (eind 2020) ca. 150 grazers in het gebied  zullen komen. In het begin zullen nog niet meteen de verwachte 150 grazers in het gebied lopen. De kudde zal waarschijnlijk in de loop der jaren qua aantal worden opgebouwd met natuurlijke aanwas.

Op dit moment lopen er grazers in de Oude Maasarm, hoogwatergeul Wanssum en in het deel van de oude Maasarm tussen Meerlo en het Roekenbosch. Later dit jaar kun je op meer plekken in het natuurgebied grazers tegenkomen. Intussen volgt een aanbesteding voor het beheer van het gebied op de lange termijn. Zodra bekend is welke partij dit op zich gaat nemen, worden de definitieve grazers in het gebied geplaatst. In het begin zullen nog niet meteen de verwachte 150 grazers in het gebied lopen. De kudde zal waarschijnlijk in de loop der jaren qua aantal worden opgebouwd met natuurlijke aanwas.

De grazers zijn nodig om te voorkomen dat het gebied dichtgroeit en het Maaswater onvoldoende ruimte heeft tijdens een hoogwater. Tevens is het voor de biodiversiteit belangrijk dat het gebied op een natuurlijke manier –lees: met begrazing- wordt beheerd. Grazers eten namelijk bepaalde grassen en planten wél op en andere niet en eten op bepaalde plekken meer of minder. Zo ontstaat er variatie in de begroeiing, biedt het natuurgebied plek aan diverse planten en dieren en ziet het er ook nog eens aantrekkelijk uit.  Maaien met een machine zal af en toe nodig zijn –zeker als de kudde nog niet op volle sterkte is- maar wordt zo veel mogelijk beperkt omdat het kostbaar is en omdat het een minder mooie variatie oplevert qua begroeiing.

Dit jaar is dat nog Stichting Taurus die het tijdelijke begrazingsbeheer in opdracht van Mooder Maas uitvoert. Momenteel wordt door Provincie Limburg/Rijkswaterstaat/Staatsbosbeheer een aanbesteding voorbereid die leidt tot een nieuwe beheerder voor het gebied per 2021.

De Schotse Hooglanders die dit jaar nog in het gebied lopen zijn zachtaardig en trekken zich weinig aan van de omgeving en mensen. Ze lopen ook al jaren probleemloos rond in het natuurgebied ’t Sohr van Staatsbosbeheer. Welke grazers volgend jaar in het gebied komen, is nog niet bekend. Bij de aanbesteding wordt er rekening mee gehouden dat ze naast zelfredzaam ook publieksvriendelijk zijn.

Houd rekening met de grazers in het gebied door:

  • ten minste 25 meter afstand te bewaren (ook als de dieren naar je toe komen of op het pad liggen)

  • dieren niet te verrassen, in het nauw te drijven of op te jagen

  • dieren niet te voeren

  • honden aangelijnd te houden

  • er rekening mee te houden dat koeien hun kalveren beschermen. Voorkom daarom dat je tussen een koe en een kalf door loopt.

De Oude Maasarm en de hoogwatergeulen zijn met elkaar verbonden en vormen één groot aaneengesloten gebied zonder tussenrasters of hekken. We plaatsen geen rasters of hekken bij de verschillende wegen om het gebied aantrekkelijker te maken voor recreatie en landschappelijk en ecologisch rijker. Dat betekent dat mensen én grote grazers straks overal kunnen komen en welkom zijn.